zaterdag 9 mei 2009

NIOD-onderzoek naar NSB'ers en hun kinderen: een slechte start

In het NRC Handelsblad van 8 mei stond een artikel van Chris van de Heijden over het boek 'Besmette Jeugd' van Ismee Tames. De NRC plaatste abusievelijk een verkeerde versie, de goede is deze:
Toen het Nederlands (toen nog Rijks-) Instituut voor Oorlogsdocumentatie zestig jaar geleden opgericht werd, was de belangrijkste vraag wat het precies moest doen. Stap 1 lag voor de hand: bronnenverzameling. Zonder deze is geschiedschrijving onmogelijk. Daarna was de vraag: gaan we de belangrijkste bronnen uitgeven of gaan we meteen geschiedenis schrijven? Voorstander van de eerste richting was Dolf Cohen, vader van de huidige burgemeester van Amsterdam. Voorstander van de tweede Loe de Jong. Laatstgenoemde 'won', als je het zo mag noemen, Cohen ging middeleeuwse geschiedenis in Leiden doceren en De Jong vertoonde eerst De televisieserie De Bezetting en schreef vervolgens zijn magnum opus. Zoals bekend vertelt hij daarin het verhaal van zijn generatie: hoe de oorlog was gekomen en weer verdween en wat er in de tussentijd gebeurde. Dat verhaal is doortrokken van één en dezelfde toon. Veelal wordt die toon samengevat met de woordjes goed en fout maar zo simpel ligt het niet. Coherent is het Koninkrijk echter wel. Het is onmiskenbaar het werk van één man, gevormd door karakter, afkomst en tijd. Is dat laakbaar? Natuurlijk niet. Is het bezwaarlijk? Wellicht.

Andere tijden, zo weten we, stellen andere vragen. Andere vragen leggen andere klemtonen. Het was deze wijsheid die Dolf Cohen, mediëvist van vorming, bronnenuitgave deed verkiezen boven geschiedschrijving. Hij wist dat er een tijd zou komen dat het perspectief op de oorlog zou veranderen (hoe vaak is het perspectief op de Middeleeuwen niet veranderd?) en dat het daarom verstandig was je, zo lang het nuttig was, op het materiaal in plaats van op het verhaal te concentreren. Zijn stem werd niet gehoord. Men wilde, om het vreselijke woord te gebruiken, 'zingeving'. De Jong en tallozen in zijn voetspoor zorgden hiervoor en werden erom bejubeld. Voor de eventuele schaduwzijden - dat concentratie op het verhaal ten koste gaat van de bronnen en dus eerder de actualiteit dan de geschiedschrijving dient - was minder belangstelling.

Een onvermijdelijk gevolg van De Jongs 'zingeving' is dat er voorbijgegaan werd aan onderwerpen die niet pasten. Dat werd, voor zover überhaupt opgemerkt, niet als een nadeel maar als een voordeel ervaren. Ze pasten immers niet. Een van de onderwerpen waarvoor dat geldt, is het verhaal van de ongeveer half miljoen Nederlanders die tijdens de oorlog op de een of andere manier te vriendelijk met de bezetter zijn omgegaan. Wilhelmina, De Jongs heldin, wilde ze het liefst afvoeren. Dat gebeurde niet. In plaats daarvan schreef De Jong ze weg. De voormalige collaborateurs lieten het gebeuren. Ze konden niet anders. Aandacht vragen stond gelijk aan oproepen tot openbare executie.

Jaren later en zeker met de gebeurtenissen van Srebrenica, Guantánamo Bay en Abu Ghraib voor ogen, weten we welk een misser hiermee begaan is. Wie 'daders' niet begrijpt, kan het proces dat slachtoffers maakt niet begrijpen. Maar helaas, we zijn te laat. De daders zijn gestorven of te oud om nog te spreken. En met hen is veel materiaal voorgoed verloren.

Om op de valreep nog een en ander goed te maken, werden kort geleden twee projecten gestart. Ze worden grotendeels betaald door VWS en richten zich op de - zoals dat heet - 'kinderen van foute ouders'. Ook die kinderen hebben er, gelukkig nogal wat uitzonderingen daargelaten, over het algemeen het zwijgen toe gedaan. Maar daarin zou nu, voordat het opnieuw te laat was, verandering komen. Vandaar dat een van die projecten bestaat uit een plek waar die kinderen hun verhaal kwijt kunnen (www.hetopenarchief.nl). Het voordeel ervan is tevens het nadeel: het is erg vrijblijvend. Ieder doet het zijne. Kaf en koren zijn ongescheiden. Het andere project is een door het NIOD gestuurd onderzoek dat Erfenissen van collaboratie is genoemd en onlangs een eerste product opleverde: Besmette jeugd. Kinderen van NSB'ers na de oorlog van Ismee Tames. Bedoeling is dat in komende tijd nog minstens drie van dergelijke studies volgen. De scepsis hierover in kringen van betrokkenen was groot. Begrijpelijk. Het NIOD was het instituut van Loe de Jong en deze had het verhaal weggeschreven. Waren zij de aangewezenen om het vervolgens weer op te rakelen - en dan bovendien via (jonge) historici die met het onderwerp geen enkele affiniteit hebben? Men onthield zich echter van commentaar omdat men eerst het resultaat wilde afwachten. Nu het er ligt is de teleurstelling bij de beschreven groep, voor zover ik kan nagaan, eveneens groot. Het is niet dat het boek van Tames slecht is. Afgezien van de hier en daar moralistische inleiding vind ik het zelfs nogal goed, zeker als je bedenkt dat de schrijfster van het onderwerp 'niets' wist en er slechts twee jaar aan gewerkt heeft. Toch begrijp ik de teleurstelling - en deel hem ook. Het is de toon. Het is de sfeer. Het is de ordening van de feiten. Al met al vertellen ze het verhaal dat een toonaangevend groepje, in dit geval gestuurd door het NIOD, vindt dat er verteld moet worden. Niet het verhaal van maar het verhaal over de kinderen. Een wrang bewijs hiervan is dat het manuscript, in de goede NIOD-traditie, meegelezen werd door heel wat wetenschappers maar door niemand van de doelgroep. Zo bruin bakte zelfs De Jong het niet die ter bespreking van een stuk tekst van deel 12 enkele kinderen bij hem thuis nodigde. Een dergelijke nalatigheid is geen verwijt aan Tames. Het is een verwijt aan de opdrachtgevers. Nadat de foute ouders door Loe de Jong weggeschreven waren, worden de kinderen van die ouders door De Jongs opvolgers 'ingepast'. De betrokkenen zelf staan nog steeds buitenspel. Als een volgende generatie hun verhaal wil horen, zal het opnieuw te laat zijn. Cohen had gelijk. Uit respect voor komende generaties is het wijzer in eerste instantie aandacht te besteden aan de bronnen. Dat is minder sexy maar het getuigt wel van het voor goede geschiedschrijving noodzakelijke relativeringsvermogen.

Met vriendelijke groet

Chris van der Heijden


0 reacties: